Les 353 – Mijn ogen, mijn tong, mijn handen, mijn voeten hebben vandaag maar één doel: aan Christus gegeven te worden om daarmee de wereld met wonderen te zegenen.

Deze les gaat over toewijding, niet als inspanning, maar als vanzelfsprekende uitlijning. Alles wat ik ben en alles wat ik gebruik, staat vandaag in dienst van één doel. Niet mijn persoonlijke doelen, plannen of ideeën, maar het doel dat ik deel met de liefde die mij voortbrengt.
Door niets meer als “van mij alleen” te zien, verdwijnt het gevoel van afzonderlijk handelen. Wat ik doe, kijk, zeg of aanraak wordt een kanaal voor genezing, zonder dat ik hoef te bepalen hoe of voor wie. De les laat zien dat dit geen verlies is, maar juist een overgang. Een korte fase van samenwerken, waarna het besef volgt dat er nooit werkelijk twee waren.

Verdieping
Deze les markeert een kantelpunt in de leerweg. Eerst was er het idee van een ik dat leert, oefent en kiest. Hier wordt duidelijk dat zelfs dat tijdelijke zelf uiteindelijk mag oplossen. Wat overblijft is Identiteit, niet opgebouwd, niet verdiend, maar herkend.
Het geven van ogen, handen en stem betekent niet dat het lichaam heilig wordt, maar dat het zijn rol verliest als bron van identiteit. Het wordt een middel, transparant en zonder eigen agenda. Wonderen ontstaan niet doordat jij iets doet, maar doordat jij niets meer tegenhoudt.
De afsluitende vraag “Wat ben ik?” is geen intellectuele vraag. Het is een uitnodiging tot stilte. Wanneer het persoonlijke zelf niet langer centraal staat, kan het antwoord zich aandienen als ervaring in plaats van als definitie.

Innerlijke keuze reflectie
Vandaag stel ik alles wat ik gebruik ten dienste van liefde, zonder mezelf daarin centraal te zetten.

Affirmatie
Ik laat mij gebruiken door liefde, en herinner mij wie ik werkelijk ben.