Deze les volgt logisch uit de vorige twee, maar ze voelt vaak anders. Minder vanzelfsprekend. Misschien zelfs wat ontregelend.
Als mijn denkgeest vooral bezig is met het verleden, en als ik daardoor eigenlijk niet echt zie, dan kan wat ik nu zie onmogelijk zijn zoals het nu is. Ik kijk wel, maar ik zie door lagen heen. Door herinneringen, verwachtingen, eerdere ervaringen, aannames. Wat ik waarneem, is een mengsel van nu en toen, waarbij toen meestal de overhand heeft.
Deze les vraagt niet van me dat ik dit begrijp of logisch kan uitleggen. Integendeel. Ze zegt juist dat het erkennen van niet begrijpen een belangrijke stap is. Zolang ik denk dat ik snap wat ik zie, blijft alles zoals het was. Pas wanneer ik kan toegeven dat mijn kijken gekleurd is, ontstaat er ruimte voor iets anders.
Dat kan ongemakkelijk zijn. Het idee dat ik zelfs simpele dingen niet zie zoals ze nu zijn, kan weerstand oproepen. Verwarring, irritatie, misschien zelfs een lichte angst. Dat is niet vreemd. De les vraagt niet om die weerstand weg te duwen, alleen om ondanks alles te oefenen.
Ik kijk rond en benoem, zonder drama, zonder analyse: ik zie dit niet zoals het nu is. Niet omdat ik faal, maar omdat ik leer. Elke keer dat ik dit rustig vaststel, laat ik een klein beetje van mijn oude zekerheden los.
Het gaat hier niet om perfect kijken, maar om eerlijk kijken. Niet om het hele beeld ineens te veranderen, maar om toe te geven dat mijn huidige manier van zien niet het eindpunt is.
Dat besef alleen al maakt iets zachter. Iets opener.
Innerlijke keuze
Ik kies ervoor toe te geven dat mijn manier van zien niet volledig is.
Affirmatie
Ik sta open voor een frisse blik, los van wat ik denk te weten.