Deze les gaat een stap verder dan de vorige. Gisteren keek je naar de reden die je gaf voor je onvrede. Vandaag kijk je naar wat je eigenlijk ziet op het moment dat je onrust voelt.
Als ik me onvrede voel, lijkt dat altijd ergens over te gaan. Iemand doet iets. Iets dreigt mis te gaan. Ik verwacht een probleem. Ik zie gevaar, afwijzing, tekort, verlies. Het voelt echt. Heel echt zelfs.
Maar deze les zegt iets eenvoudigs en tegelijk confronterends: ik voel onvrede omdat ik iets zie wat er niet is. Niet omdat ik gek ben. Niet omdat ik me iets inbeeld uit zwakte. Maar omdat ik kijk vanuit oude aannames, verwachtingen en overtuigingen die automatisch meedoen.
Wat ik zie, is een verhaal. Een invulling. Een interpretatie. En zolang ik die zie als de werkelijkheid, voelt mijn onvrede logisch en terecht.
De oefening nodigt je uit om dat niet te bevechten, maar te benoemen. Je zegt heel concreet wat je voelt en waar je het aan koppelt. En dan voeg je eraan toe: omdat ik iets zie wat er niet is. Dat is geen beschuldiging aan jezelf. Het is een constatering. Een kleine verschuiving van perspectief.
Belangrijk is dat je hier geen onderscheid maakt. Grote zorgen en kleine irritaties worden gelijk behandeld. Ze lijken verschillend, maar ze doen hetzelfde. Ze halen je uit je rust en zetten je vast in wat je denkt te zien.
Misschien merk je dat je bij sommige gedachten weerstand voelt. Alsof je ze niet los kúnt laten. Juist daar helpt deze les. Je hoeft ze niet los te laten. Je hoeft alleen te erkennen dat wat je ziet niet per se de waarheid is.
En dat is genoeg. Want op het moment dat je niet meer zeker weet dat jouw interpretatie klopt, ontstaat er ruimte. Niet om iets anders te bedenken, maar om even niets vast te houden. En in die ruimte kan rust weer terugkomen.
Innerlijke keuze
Ik kies ervoor te erkennen dat mijn onvrede voortkomt uit wat ik denk te zien.
Affirmatie
Ik hoef mijn waarneming niet te verdedigen om vrede toe te laten.