Inleiding bij de laatste lessen

In deze laatste lessen laten we woorden steeds meer los. We gebruiken ze nog even aan het begin, alleen om ons te helpen herinneren waar we naar toe bewegen. Daarna mogen ze weer verdwijnen. Niet omdat woorden verkeerd zijn, maar omdat ze ons uiteindelijk niet verder brengen dan dit punt. Wat we zoeken ligt daar voorbij.
We hoeven de weg niet zelf te bedenken. Er is al een richting die ons draagt, stap voor stap. Wanneer we ons daaraan toevertrouwen, hoeven we niet terug te vallen in oude overtuigingen die de wereld hard, bedreigend en onveilig deden lijken. Dat beeld ontstond uit een vergissing: het idee dat we afgescheiden waren, schuldig, of alleen. Dat verhaal hoeft niet opnieuw verteld te worden.
De weg naar vrede is geen persoonlijke uitvinding. Het is een gedeelde beweging, één die ons allemaal uiteindelijk thuisbrengt. In de tijd lijkt dat misschien ver weg, maar in werkelijkheid is die vrede al dichtbij. Ze is nu al aanwezig als een stille richting in onszelf, die ons zacht begeleidt.
We lopen deze weg samen. Niet om anderen te overtuigen, maar door zelf te gaan. Door trouw te blijven aan wat waar voelt, worden we vanzelf herkenbaar voor anderen die zoeken. Zo ontstaat leiding zonder woorden.

Daarom richten we onze aandacht nu op één ding: vergeving. Niet als morele plicht, maar als bevrijding. Door los te laten wat we verkeerd hebben begrepen, verdwijnt de droom die ons gevangen hield. Wat we vergeven, blijkt niet buiten ons te liggen, maar deel te zijn van hetzelfde leven waaruit wijzelf voortkomen.
Onze taak hier is eenvoudig en diep tegelijk: herinneren. Niet door te presteren, maar door aanwezig te zijn. Door te erkennen dat wat we delen groter is dan onze verschillen. Dat besef wijst vanzelf de weg naar rust.

We hoeven niemand buiten te sluiten om verder te komen. Juist door mild te kijken naar de ander, openen we de deur voor onszelf. Daar, in die openheid, ligt de bevrijding waar we naar zochten.
Dit pad eindigt niet in tekort, maar in ontvangst. Niet in oordeel, maar in helderheid. We ontdekken dat boosheid, aanval en wraak nooit iets wezenlijks waren, maar pogingen om grip te krijgen op iets wat we niet begrepen. En wanneer dat inzicht indaalt, verdwijnt de last vanzelf.
We mogen eenvoudig erkennen dat we het niet wisten. Dat is genoeg. Hulp is er al, zonder verwijt, zonder voorwaarden. Er klinkt slechts een bevestiging die niets van ons afneemt, maar alles herinnert wat we altijd al waren.